Het leven van een kip in de industrie

Het vlees dat in de supermarkt verkocht wordt als kip is eigenlijk kuikenvlees. Al na 6 weken, of hoogstens 12 bij biologisch, gaan de kuikens op transport naar het slachthuis. De dieren groeien in deze korte periode tot een gewicht van 2 tot 3 kilo. Dit is alleen mogelijk doordat ze enorm zijn doorgefokt op groeisnelheid. De vleeskuikensector is erop toegespitst om met zo min mogelijk voer, in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk kippenvlees te produceren, omdat op die manier de meeste winst gemaakt kan worden. Om dat te bereiken bestaat de vleeskuikensector uit een serie van sterk gespecialiseerde bedrijven.

Fokbedrijf

Het fokbedrijf kruist verschillende kippenrassen om zo de gewenste genetische eigenschappen te krijgen. Er zijn slechts drie bedrijven in de hele wereld die bezig zijn met de genetica van vleeskippen.  De kippen op deze fokbedrijven worden overgrootouderdieren genoemd, het zijn namelijk de overgrootouders van de vleeskippen. Het fokbedrijf probeert hanen te krijgen die snel groeien en veel spieren, dus vlees, hebben. De hennen moeten ook 'vlezig' zijn, maar vooral veel eieren leggen omdat er uiteindelijk veel vleeskuikens uitgebroed moeten worden. Voor de fok worden de hanen alleen in een kooi gehouden, de hennen in kleine groepen of ook alleen in een kooi. De kippen kunnen vrijwel geen natuurlijk gedrag vertonen. Met name de hanen hebben door hun groeisnelheid veel fysieke problemen. De kuikens die uit het ei kruipen in de fokbroederij zijn de grootouderdieren.

Opfokkers

Bij de opfokker leggen de grootouderdieren de eieren waar ouderdieren uit geboren worden. Ouderdieren zijn de ouders van de vleeskuikens. De opfokker krijgt de grootouderdieren uit het fokbedrijf en kruist deze om ouderdieren te kunnen leveren aan de ouderdierhouder. Zowel de opfokker als de ouderdierhouder dienen om uiteindelijk miljoenen vleeskippen uit het ei te kunnen laten kruipen. Het fokbedrijf levert kleine aantallen kippen af met de juiste genetische eigenschappen, de opfokkers zorgt dat hieruit een groter aantal ouderdieren komen. Sommige bedrijven combineren dan ook opfokken en vermeerderen.

Ouderdierhouders of vermeerderingsbedrijven

IMG_3031_new Bij de ouderdierhouder kruisen de hanen die snel groeien met de hennen die veel eieren leggen. Het doel is om eieren te produceren waar de vleeskuikens uit zullen komen. De ouderdieren worden gemakkelijk te vet en zwaar om nog te kunnen voortplanten. Om die reden geeft de ouderdierhouder zijn kippen beperkt voedsel, vooral tijdens het opgroeien van de ouderdieren. Ouderdieren voor vleeskippen lijden daardoor honger en dorst. In de biologische industrie wordt gewerkt met een kruising tussen hennen die minder snel groeien, de dwergmoederdieren, en reguliere hanen. Daarbij worden als nog de hanen in hun voeding beperkt. Door de onnatuurlijke omstandigheden vertonen hanen geen baltsgedrag in de industrie. De hennen hebben daardoor geen interesse in de hanen. Dit leidt tot ruw paargedrag van de hanen, ook omdat de hanen zwaar zijn. De hennen krijgen daardoor chronische stress, angst en wonden. Om de wonden te voorkomen worden de sporen en achterste tenen van de ouderhanen weggebrand als ze nog kuikens zijn. Deze behandeling is stressvol en veroorzaakt pijn.

Broederij

Op de broederij kruipen de vleeskuikens uit hun ei. De eieren worden kunstmatig uitgebroed in een broedkast. De broedkasten worden na 21,5 dag in één keer geleegd. Er is geen water of eten beschikbaar in de kast. De kuikens die vroeg uit hun ei zijn gekomen, zitten daardoor dagenlang zonder voer en water in de donkere kast. Als een kuiken nog niet is geboren na 21 dagen, wordt het met schaal en al weggegooid. In zogenaamde patiostallen wordt de broederij gecombineerd met de vleeskuikenhouderij, de kuikens kruipen dan uit hun ei in de stal waar ze ook afgemest worden.

Vleeskuikenhouders

IMG_2031_new Bij de vleeskuikenhouders worden de kuikens zo snel mogelijk op het slachtgewicht gebracht. In 40 dagen groeien ze tot een gewicht van 2,2 kilo. In de biologische industrie krijgen de vleeskuikens 80 dagen om een gewicht van 2,6 kilo te bereiken. Ongeveer een op de 25 dieren sterft nog voor deze leeftijd te bereiken. In een grote hal met zaagsel of ander strooisel op de grond worden 20 dieren per vierkante meter gehouden, er leven duizenden kuikens per stal. De dieren leven op hun eigen ontlasting, de stal is stoffig en ruikt naar ammoniak. Vaak worden dode dieren niet opgeruimd en ontbinden tussen hun levende soortgenoten. De stal heeft geen ramen waardoor de kippen niet weten of het dag of nacht is.  Van oudsher bleef het licht in de stal constant branden. Tegenwoordig imiteren boeren meerdere "nachten"  binnen 24 uur, omdat dit goede resultaten geeft qua vleesopbrengst. Doordat vleeskuikens erop zijn gefokt zo snel mogelijk te groeien op zo min mogelijk voer, doen zich grote welzijnsproblemen voor. Lees meer over ziektes en welzijnsproblemen in het artikel "een zieke industrie". Als de kuikens hun slachtgewicht hebben bereikt, wordt de stal leeggeruimd. Dit gebeurt in het donker, omdat kippen dan rustiger blijven. De kuikens worden meestal handmatig gevangen. De vangers grijpen in iedere hand meerdere dieren bij hun poten en tillen ze ondersteboven op. Ze worden dicht op elkaar in kratten gestopt en op een vrachtwagen geladen. Daarbij breekt of kneust 8% van de kuikens vleugels, borst of poten. Het is niet verwonderlijk dat veel kuikens verstijfd van angst aankomen in het slachthuis.

De slachterij

In het slachthuis aangekomen, worden de kuikens verdoofd. De meest omstreden verdovingsmethode is de waterbadmethode.  Daarbij staat er een lichte spanning op een bad met water. De kippen worden met hun kop door het water gehaald. Hoewel per 1 januari 2012 verboden, gebruikten begin 2013 enkele slachterijen deze methode nog steeds. De meeste slachterijen verdoven door een electrische schok direct op de kop van de kip te geven of met CO2.  De slachters hangen de kuikens ondersteboven met hun poten aan een soort kabelbaan. Hun keel wordt machinaal open gesneden en de jonge dieren bloeden dood.
Steun Ongehoord