Het leven van een konijn in de industrie

Het leven van vleeskonijnen staat in schril contrast met dat van hun soortgenoten die als huisdier worden gehouden, laat staan met dat van konijnen in de natuur. Alle 300.000 6493214047_9c9a0d5aa8_bkonijnen in de Nederlandse vleesindustrie zitten in draadgazen kooien. Ze zullen nooit vers gras eten en nooit een holletje graven. Het onderzoeksteam legde konijnen vast die van de vacht van een dode soortgenoot graasden, alsof de haren gras waren. Ook probeerden de levende konijnen te graven in het lichaam van dode dieren. Een pas geboren konijntje verliest al snel broertjes of zusjes. De konijnenhouder maakt de kleinste baby's dood door hun nek te breken, dit zijn de zogenaamde eendagskonijntjes. De konijnenhouder maakt zo alle nesten even groot. De konijnen blijven een maand bij hun moeder. Daarna worden ze bij hun moeder weggehaald en vetgemest. Een konijn in de vleesindustrie heeft een kans van een op vijf om voortijdig te sterven aan ziektes, wonden en ontstekingen, maar gaat sowieso na 11 weken op transport naar het slachthuis. Een moederkonijn, de voedster, zit alleen in een draadgazen kooi met haar kinderen. Juist voedsters hebben veel last van ziektes en stereotyp gedrag. Dit komt doordat ze veel langer in de draa6493313591_c292591cfd_bdgazen kooi leeft. Een voedster wordt na een jaar doodgemaakt, of eerder als ze niet genoeg jongen krijgt of ziek wordt. Als de voedster het een jaar volhoudt in de industrie, heeft ze 7 tot 8 nesten gehad, met gemiddeld 10 baby's. Vlak nadat de voedster is bevallen, wordt ze weer bevrucht. Ze wordt dan voor een of twee dagen afgesloten van haar kinderen door de klep van de nestbak te sluiten. Dit gebeurt omdat ze dan “willig” wordt, ze wil gedekt worden. Natuurlijk zorgt het sluiten van de klep voor stress bij zowel moeder als kinderen. De meeste voedsters worden door middel van Kunstmatige Inseminatie bevrucht. Ze worden daarvoor vaak met hun hoofd naar beneden in een stukje PVC buis gedaan en met een inseminatie-rietje of pistool bevrucht. Konijnen hebben een sprong-ovulatie, alleen als ze gedekt worden door een ram komt er een eicel vrij. Daarom krijgen ze bij de inseminatie ook een injectie om de ei-sprong te stimuleren. Vervolgens zijn de voedsters een maand zwanger.

Transport

Als de konijnen de slachtleeftijd bereikt hebben worden ze in kratten gestopt en ingeladen in een vrachtwagen die ze naar het slachthuis vervoert. Omdat in Nederland geen slachthuis meer bestaat voor konijnen, gaan de meeste konijnen naar België of Frankrijk. Dit betekent lange transporttijden, sowieso omdat de vrachtwagen langs meerdere fokkerijen moet om de vrachtwagen vol te krijgen. Het transport is een bron van stress en kan verwondingen opleveren. De sector geeft zelf aan dat er eigenlijk weinig kennis is over hoe konijnen het beste vervoerd kunnen worden.

Slacht

Aangekomen bij het slachthuis moeten de konijnen weer worden uitgeladen. Ook dit levert stress op. Hierna worden de konijnen geëlectrocuteerd en met haken opgehangen aan hun hielen. Vervolgens worden ze in hun hals gestoken om te verbloeden.
Steun Ongehoord