Een zieke industrie

Bij konijnen komen hoge scores voor ongerief voor. Deze worden vooral veroorzaakt door houderijcondities… De individuele huisvesting van voedsters en de kooibodems zijn belangrijke bronnen van ongerief bij commerciële konijnen. - Rapport Animal Sciences Group, ‘Ongerief bij konijnen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten’, 2009
Het onderzoeksteam kwam uiteenlopende ziektes en gedragsproblemen tegen. Het leven van een vleeskonijn verschilt in alle opzichten van dat van een konijn in de natuur, omdat het aan geen van zijn natuurlijke behoeftes voldoet. Dit zorgt voor veel frustratie en verveling wat kan leiden tot zelfbeschadigend gedrag. Ziektes komen vaak voor, als gevolg van benarde leefomstandigheden. Een gemiddeld bedrijf heeft 900 voedsters en enkele duizenden vleeskonijnen, als er een konijn ziek is kan er nooit voldoende zorg en aandacht gegeven worden aan het individuele dier. Het onderzoeksteam vond op alle bezochte plekken dan ook zieke, verwonde of dode konijnen in de kooien.

Stereotiep gedrag

Konijnen worden vrijwel altijd in draadgazen kooien gehuisvest. Deze zijn bijna altijd te laag en klein, bovendien worden de dieren dicht op elkaar gehouden. Hierdoor zijn ze niet in staat hun natuurlijke gedrag uit te oefenen zoals huppelen, op hun achterpoten staan, rennen, languit liggen en knagen. De kooien leiden tot verveling, frustratie en stress, hetgeen zich uit in stereotiep gedrag. Stereotiep gedrag is het herhalen van dezelfde lichaamsbewegingen of handelingen. Voorbeelden hiervan zijn knagen aan gaas, bijten in elkaars oren, het eten van haar of het heen en weer schudden van het hoofd. Konijnen zijn van nature groepsdieren. Alleen de vleeskonijnen worden in groepen gehouden. De voedsters, moederdieren, zitten alleen of met hun kinderen, nooit met leeftijdsgenoten. Ook de eenzaamheid veroorzaakt bij deze dieren stereotiep gedrag. In veel stallen trof het onderzoeksteam kooiverrijking aan in de vorm van een klein blokje hout. Ook in de kooien met verrijking zijn konijnen gevonden die aan de kooi aan het knagen waren of verwond waren door toedoen van andere konijnen.

Pootaandoeningen

Doordat konijnen in draadgazen kooien worden gehouden hebben de voedsters poot_konijnvaak last van verwondingen aan hun voeten. Kale plekken, eeltknobbels en wonden zijn veel voorkomend. Voor vleeskonijnen geldt dit in mindere mate omdat ze al na drie maanden geslacht worden en de aandoeningen zich vaak pas later voordoen. Soms zijn er in de kooien van de voedsters plastic matjes gelegd. Uit verschillend onderzoek blijkt echter dat ook hiermee voetzoolaandoeningen niet voorkomen worden.

Spijsverteringsstoornissen

Veel konijnen hebben problemen met hun spijsvertering, als gevolg van virus infecties of ontsteking van de darmen. Een oorzaak hiervan kan de voeding zijn, deze is namelijk samengesteld voor een snelle groei. Darmontsteking doet zich met name voor bij jonge vleeskonijnen, na het spenen, en voedsters. Een veel voorkomende kwaal is diarree, wat kan wijzen op darmontsteking maar ook door stress kan komen.

Luchtwegaandoeningen

Veel onderzochte stallen waren stoffig en hingen vol met spinnenwebben. Bij een slechte luchtkwaliteit hebben de konijnen moeite met ademhalen en zijn ze eerder vatbaar voor infecties. Dit geldt met name voor voedsters en wat oudere vleeskonijnen. Het is een belangrijke oorzaak van sterfte.

Sterfte

Het sterftecijfer in de konijnenhouderij is erg hoog. De industrie gebruikt verbloemende woorden als ‘uitval’ en ‘vervanging’. Een op de vijf geboren jongen is al dood nog voordat het de slachtleeftijd van drie6494466303_be36374d93_b maanden heeft bereikt. Twaalf procent van de jongen sterft nog voor het spenen, vaak door het breken van het nekje door de konijnenhouder. Dit wordt gedaan om te voorkomen dat zwakkere konijntjes later voor meer kosten zorgen. In de industrie worden voedsters meteen geïnsemineerd, zwanger gemaakt, nadat ze zijn bevallen van hun nest en nog aan het zogen zijn. Hierdoor zijn ze zwak en sterven door ziekte, door energiearm voer of ze worden gedood omdat ze te weinig jongen baren.
Steun Ongehoord